Wat zijn werkelijke of forfaitaire beroepskosten?

Beroepskosten: werkelijk of forfaitair kiezen?

Beroepskosten mag u inbrengen in uw belastingen omdat u deze maakt voor uw professionele activiteit. Omdat u beroepskosten kunt aangeven op uw belastingaangifte geldt: hoe hoger uw beroepskosten, hoe lager de te betalen belastingen. Maar welke soort van beroepskost kiest u?

Werkelijke beroepskosten

Wanneer u kiest voor de werkelijke beroepskosten moet u die bewijzen. U vult deze in op uw belastingaangifte onder de code 258-03 of 258-70.
We sommen hieronder enkele kosten op die hiervoor in aanmerking kunnen komen:

  1. Woon-werkverkeer: u kunt uw verplaatsingen met de auto aangeven als beroepskosten en dit ten belope van x-aantal euro per kilometer. Ook uw verplaatsingen met de fiets kunt u op dezelfde wijze meenemen in uw berekening. Om fietsen te promoten, ligt de tussenkomst hoger dan met de wagen.
  2. Bijkomende opleidingen: volgt u een (bij)scholing die aansluit bij uw huidige professionele activiteit? Ook deze kosten -voor zover zelf gemaakt- kunt u opnemen in uw berekening.
  3. Telewerk en thuiskantoor: werkt u (deels) van thuis uit dan kunt u in functie van de oppervlakte van uw thuiskantoor / bureau kosten in rekening brengen. Voorbeelden: verwarmingskosten, kosten voor elektriciteit, huur, … Ook wanneer u uw eigen pc of kantoormaterialen gebruikt komen deze in aanmerking. Zelfs wanneer u uw privé internetaansluiting gebruikt voor uw beroep, kunt u deze deels inbrengen.
  4. Vakliteratuur: heeft u een abonnement op een krant, magazine of koopt u een boek dat verband houdt met uw job?
  5. Restaurant: een zakendiner is voor 69% aftrekbaar.
  6. Verzekering gewaarborgd inkomen: het deel van de premie dat economische invaliditeit dekt is een beroepskost. Bijkomende verzekeringen zoals bv. hospitalisatie zijn niet aftrekbaar.

Deze lijst is niet limitatief.

Forfaitaire beroepskosten

Kiest u (on)bewust voor het kostenforfait dan moet u in principe niets doen. De fiscus gaat er immers van uit wanneer u uw werkelijke kosten niet bewijst, u automatisch kiest voor de forfaitaire tegenhanger. Wanneer uw werkelijke kosten lager liggen dan het wettelijke forfait, dan lijkt de keuze evident.

Kom ik in aanmerking voor de aftrek van forfaitaire beroepskosten?

Zelfstandigen kunnen niet kiezen voor deze formule en moeten verplicht hun werkelijke kosten bewijzen.

Geniet u een van onderstaande beroepsinkomsten, dan kun u wel genieten van deze formule:

  • Loon- of weddetrekkende
  • Meewerkende echtgenoot / echtgenote
  • Bedrijfsleider
  • Baten als vrije beroeper, van een ambt, post of andere winstgevende bezigheid

Uw inkomen bepaalt hoeveel dit forfait bedraagt. Want afhankelijk van uw inkomensschijf past de fiscus een percentage toe van 3% tot 30%. Voor aanslagjaar 2020 (inkomsten 2019) bedragen de maximale forfaitaire beroepskosten 4.810 euro. Voor bedrijfsleiders geldt bij de forfaitaire kosten een maximum van 2.540 euro (aanslagjaar 2020, inkomsten 2019) door een percentage van 3% toe te passen op het volledige beroepsinkomen. Voor meewerkende echtgenoten geldt een percentage van 5% en wordt ook het absolute maximum sneller afgetopt.

Kiezen voor werkelijke of forfaitaire beroepskosten?

De kostenforfait is de minimale aftrek waarop u altijd recht hebt. Dus wanneer u uw werkelijke beroepskosten bewijst maar deze toch lager uitvallen omdat de fiscus bepaalde kosten corrigeert of verwerpt, dan valt u in worst case terug op het forfait. Toch berekent u best bij elke aangifte of het de moeite loont om uw beroepskosten te bewijzen.

Kan ik beide formules combineren?

Het kostenforfait kunt u niet combineren met de werkelijke beroepskosten. U kunt wel bij elke belastingaangifte opnieuw de afweging maken, welke formule u het meest voordeel oplevert.